Naast onderzoek onder mensen, vindt er nog steeds veelvuldig onderzoek plaats bij dieren. Een voorbeeld van zo’n onderzoek is dit onderzoek naar ‘psychotherapie’ bij ratten.

In het onderzoek maakten ze de ratten eerst depressief (zoals gemeten in het bloed en de hersenen) door meerdere generaties ratten te fokken. Zo werd het DNA van de ratten aangepast en hadden de ratten depressie-achtige symptomen. Daarna kregen deze ratten een nieuwe omgeving met veel speelgoed. De onderzoekers vonden dat de diertjes na een maand in de nieuwe omgeving geen depressie-achtige symptomen meer vertoonden. De conclusie van de Amerikaanse onderzoekers was dan ook dat psychotherapie, ongeacht genetische aanleg, kan helpen bij depressie. Lees het bericht ook hier.